Trouble in Paradise: “Wat gebeurt er met onze pensioenen?”
Pensioenfondsen te lage dekkingsgraad, waar hebben we het over en wat doen we er aan?
De pensioenfondsen in Nederland zijn behoorlijk in opspraak. Ze zouden niet in staat zijn om de verplichtingen die contractueel zijn overeengekomen met pensioengerechtigden na te komen. Is het echt zo slecht gesteld in pensioenland, dat zelfs de pensioenuitkeringen gekort moeten worden en hoe staat het dan met de jongeren die nog aan het sparen zijn voor hun‘uitgestelde arbeidsinkomen’?
Waar maken we ons eigenlijk druk om? Als we een tocht langs de betrokkenen maken en we proberen te achterhalen of de gewone man/vrouw die in loondienst is bij een werkgever zich net zo druk maakt over het pensioen als de media en de politiek nu doen, dan lijkt het erop, dat het voor veel mensen een ver van hun bed show is.
Het is slecht gesteld met de pensioenkennis van de consument:
- 59% verwacht 70% van het laatst genoten salaris;
- 47% vindt de eigen pensioenkennis onvoldoende;
- 1/3e van de recent gepensioneerden is teleurgesteld over pensioen;
- Door versobering van de pensioenregelingen zal dit toenemen;
- 50% heeft nog steeds geen idee hoe het pensioen ervoor staat;
- Van diegenen die het denken te weten, zegt 39% dat ze een eindloonregeling hebben;
- Is in werkelijkheid maar 12%;
- 60% denkt voldoende inkomen te hebben om te pensioneren;
- 50% denkt een netto inkomen van meer dan 80% te halen.
Degenen die nu ‘genieten’ van hun welverdiende pensioen, zijn degenen die direct getroffen worden de dekkingsproblemen bij pensioenfondsen. Het niet meer kunnen indexeren van het pensioen en de mogelijkheid, dat de uitkering zelfs gekort gaat worden. Om maar eens een duur woord te gebruiken: ‘afstempelen’.
Dekkingsgraad
Worden we trouwens niet steeds bestookt met dure woorden waar niemand wat van snapt en waar de zogenaamde kenners de gewone burger onvoldoende in normale taal duidelijk kan maken wat die woorden betekenen. Bijvoorbeeld: ‘dekkingsgraad’.Dekkingsgraad zegt dus iets over de kans, dat een pensioenfonds in staat is om de gemaakte afspraken die met de deelnemers in het pensioenfonds zijn gemaakt na te komen. Eigenlijk is de afspraak heel simpel. Gewoon het afgesproken pensioen uitkeren dat is overeengekomen. Dit kan als de dekkingsgraad ongeveer 100% is. Liefst meer. Bij deze dekkingsgraad kan worden gegarandeerd, dat voor alle deelnemers van het pensioenfonds (mensen met een pensioenuitkering en mensen die nog niet met pensioen zijn en pensioenpremie betalen) het pensioen tot aan de dood kan worden uitgekeerd. Bij een lagere dekkingsgraad dan 105% zal het pensioenfonds al niet meer in staat zijn de uitkeringen te indexeren en zal er een plan van aanpak aan De Nederlandse Bank moeten worden overlegd over welke maatregelen er worden genomen om weer op 105% of hoger te komen.
Echter, de afspraken met de pensioengerechtigden kunnen alleen worden nagekomen als er voldoende kapitaal in het fonds aanwezig is. Eigenlijk is het een relatief simpel rekensommetje. En omdat het zo’n relatief simpel rekensommetje is, lijkt het ongelofelijk dat we met elkaar in de problemen zitten en niet op tijd gezien hebben, dat de pensioenfondsen niet meer in staat zijn de verplichtingen aan haar pensioengerechtigden na te komen. Een aantal factoren is heel erg belangrijk.
Om een tweetal belangrijke te noemen:
- De gebruikte sterftetafel;
Met een gehanteerde sterftetafel 1990-1995 zal doorgaans een hogere pensioenuitkering worden berekend dan met een sterftetafel 2003-2008. Logisch, want in 1995 is becijferd, dat mensen gemiddeld minder lang leven, dan op basis van de overlevings-/sterftecijfers uit 2008. Dus kan voor hetzelfde kapitaal een hogere uitkering over een kortere duur kunnen worden betaald en zal het fonds onvoldoende middelen overhouden als blijkt, dat de uitkeringen te hoog blijken te zijn, omdat mensen nu eenmaal langer leven. Dit noemen we ook wel het zogenaamde ´langlevenrisico´.
- De rekenrente;
Bij een hoge rente kan er meer rendement worden gemaakt en kan er dus een hogere uitkering worden berekend. Als de rente teveel daalt (in oktober 2010 was een 10-jaarsrente al lager dan 2,5%, juli 2011 iets meer dan 3%) t.o.v. een hogere gehanteerde rekenrente, zal het pensioenfonds niet meer in staat zijn om voldoende rendement te maken om de uitkering te blijven garanderen. Aangezien de pensioenfondsen sinds 2006 met actuele rentes moeten werken (voorheen werd bijvoorbeeld met een vaste rente van 4% gerekend), zal bij een langdurig lagere rente, het pensioenfonds mogelijkerwijs in de problemen kunnen komen.
Pensioenfondsen en pensioenregelingen
Tot nu toe praten we over dekkingsgraden van pensioenfondsen. Deze pensioenfondsen vormen een collectiviteit voor de deelnemers in het pensioenfonds, waarin het zogenaamde ‘solidariteitsbeginsel’het fundament vormt. Er zijn verschillende pensioenfondsen. Bijvoorbeeld bedrijfstakpensioenfondsen, beroepspensioenfondsen, bedrijfspensioenfondsen etc. Deze fondsen hebben allemaal te maken met de al eerder genoemde dekkingsgraad en voeren pensioenregelingen uit die gebaseerd zijn op zogenaamde salaris- / diensttijdregelingen. Middelloon- en eindloonregelingen.
Salaris-/diensttijdregelingen
Een eindloonregeling houdt in, dat een deelnemer die de volledige 40 arbeidsjaren in deze regeling zit altijd een pensioen krijgt die gebaseerd is op het laatst verdiende loon. Een salarisverhoging op 45-jarige leeftijd wordt in de pensioenberekening meegenomen alsof dit hogere salaris al bestond op 25-jarige leeftijd. Dus de salarisverhoging wordt in dit voorbeeld voor de volle 40 jaar meegenomen.
Een middelloonregeling werkt eigenlijk precies hetzelfde als de eindloonregeling met dien verstande, dat salarisverhogingen, dus ook indexeringen, alleen voor de toekomst worden meegenomen. Dat houdt in, dat in het voorbeeld de salarisverhoging op 45-jarige leeftijd maar voor 20/40e meetelt. De man is tenslotte al 45 jaar en heeft nog maar 20 arbeidsjaren tot aan zijn 65ste te gaan. Hierdoor ontstaat een pensioen op basis van het gemiddelde salaris van de afgelopen 40 jaar.
U kunt zich voorstellen, dat een eindsalarisregeling heel erg duur is. In het voorbeeld, zal immers een extra premie moeten worden afgedragen over een fictief hoger salaris tussen het 25ste en 45ste levensjaar.
Premiepensioen of BPR-pensioen
Een andere in opkomst komende pensioenregeling is het zogenaamde premiepensioen. Ook wel beschikbaar premieregeling genoemd. Dit is een pensioenregeling, waarin het pensioen wordt opgebouwd door een percentage van het pensioensalaris ieder jaar af te dragen aan een pensioenuitvoerder. Om een middelloonregeling te simuleren, wordt dit percentage in staffels van 5 jaar verhoogd.
Dus oudere werknemers dragen meer pensioenpremie af dan jongere werknemers.De pensioenuitvoerders zijn meestal verzekeringsmaatschappijen. Zij beleggen deze pensioenpremies in beleggingsfondsen. Bij deze regelingen staat niet van tevoren vast hoe hoog het pensioen op pensioendatum wordt. Er wordt een kapitaal bij elkaar gespaard, waarvan de hoogte afhankelijk is van het beleggingsresultaat. Vervolgens is het onzeker, hoe hoog het pensioen wordt, omdat dat weer afhankelijk is van de rente op pensioendatum. Het risico ligt volledig bij de werknemer, terwijl bij een middelloon- en eindloonregeling het pensioen van tevoren vaststaat.
Dekkingsgraad en beschikbare premieregeling (BPR-pensioen)
We horen iedere dag over de beleggingsgraden van de pensioenfondsen. We horen echter niets over de beleggingsresultaten van de fondsen waarin verzekeringsmaatschappijen beleggen voor de individuele werknemer die een premiepensioen heeft. Dat is eigenlijk heel erg vreemd! Daar waar we praten over het mogelijk niet meer kunnen indexeren van de pensioenen en het misschien zelfs verlagen van de uitkeringen door pensioenfondsen, kan het zomaar zijn, dat het opgebouwde kapitaal van een deelnemer in een premiepensioenregeling door de slechte resultaten van de beleggingsfondsen gehalveerd is. Dat betekent, dat we voor deze individuele deelnemer een dekkingsgraad is van minder dan 50%!
Conclusies
De risico’s die deelnemers is pensioenfondsen zijn wel aardig duidelijk aan het worden. Echter de risico’s die deelnemers in een BPR-regeling lopen, worden onvoldoende belicht. Dit betreft een behoorlijk grote groep. Ongeveer 11% van alle deelnemers in pensioenregelingen. Deze groep zien we internationaal enorm groeien. In het buitenland is vaak al meer dan 50% verzekerd in een premiepensioenregeling. Deze regelingen zijn hoofdzakelijk bij verzekeraars ondergebracht. De deelnemers zijn volledig individueel afhankelijk van de beleggingsresultaten van deze verzekeraar. De werkgever loopt geen enkel risico. Het zogenaamde‘solidariteitsbeginsel’ dat we wel terugvinden bij pensioenfondsen, vinden we hier niet terug.
Het is verstandig om voor deelnemers in pensioenregelingen te beseffen, dat alleen sparen in een pensioenregeling niet meer voldoende is. Er zal moeten worden bijgespaard in welke vorm dan ook. Dit bijsparen zal in een vroeg stadium van de arbeidsperiode moeten gebeuren. Op latere leeftijd, zal het meestal een te dure aangelegenheid worden.
Er worden verschillende oplossingen aangedragen om de problemen van de te lage dekkingsgraad te lijf te gaan.
Om er een paar te noemen:
- Verder verhogen pensioenleeftijd, dan nu in de politieke arena en tussen werkgevers en vakbonden is vasgelegd in het Westsvoorstel ‘Verhoging pensioenleeftijd’;
- Een hogere fictieve rekenrente gebruiken;
- Loslaten van het gebruik van de actuele rente en overgaan op een gemiddelde rente over de laatste 10 jaar;
- Verhogen van de premies voor deelnemers die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt;
- Loslaten van de indexering van pensioen;
- Verlagen van de pensioenuitkeringen (afstempelen);
- Overdracht van partnerpensioen naar oudedagspensioen voor iemand zonder partner niet meer toestaan;
- Risicospreiding met een betere beleggingsmix. Het verbieden voor pensioenfondsen om te beleggen in aandelen en/of optimaliseren van life cycle beleggen;
- Accepteren, dat er met wisselende, misschien wel over een lange periode, lage rente zal moeten worden gerekend en met wisselende premies;
- Pensioenenregelingen ook door banken laten uitvoeren middels banksparen, zoals nu ook al gebeurt met fiscaal banksparen voor lijfrenteproducten en aflossingsproducten voor een hypotheek;
- Het omarmen van nieuwe pensioenuitvoerders, zoals PPI (premie pensioen instelling) en API (algemene pensioen instelling);
- Werkgevers een hogere bijdrage laten leveren ter financiering van de pensioenpot;
- Het op hande zijnde ‘Pensioenakkoord’?;
- Etc….
"Misschien is er nog hoop voor ons ‘Pensioenparadijs’!"
Gerard van Santen - Zonder dalen geen toppen Met elkaar zijn wij tot bijzondere dingen in staat kunnen en mogen we van de top het dal in glijden om met meer energie de volgende top te halen. Achter iedere blessure schuilt tenslotte de Supercompensatie. Dat is wat ik samen met mijn zielsgenoten wil bereiken. Sinds 1985 probeer ik door hard te werken een ‘wereldverbeteraar’ te zijn in een financiële wereld die regelmatig met zichzelf in de knoop ligt. Mijn loopbaan heeft hoogtepunten maar ook dieptepunten gekend. Eigenlijk heb ik alles wel meegemaakt wat een ondernemer kan tegenkomen in zijn werkzame periode. Van zeer succesvol tot… Ik heb altijd gedacht, dat ik door hard en vooral slim werken succesvol kon worden. Tot op zekere hoogte lukte mij dat ook uitstekend. Echter, persoonlijke gebeurtenissen die zeer ingrijpend waren en nog steeds zijn, hebben mij doen beseffen, dat gezondheid, geluk en met plezier ieder dag nemen en ervan genieten het meest waardevol is. De laatste jaren zijn voor mijn levenspartner een gevecht tussen leven en dood geweest. Zelf heb ik ook geleerd om de laatste dertien jaar verschillende keren maandenlang door mijn gezondheid een leef- en werkomgeving van maar twee vierkante meter te hebben. Deze periodes hebben mij geleerd hoe waardevol het is om samen met je omgeving het maximale uit je leven te halen. Deze levensvisie pas ik ook toe in mijn werk. Uiteindelijk ben ik daardoor krachter geworden en groei ik nog steeds en wordt het steeds makkelijk om de toppen te beklimmen.




