De klant wordt buitenspel gezet
Tijdens de laatste drukbezochte bijeenkomst van de Federatie van Assurantieclubs was de AFM aanwezig met een presentatie over de Wft-module pensioenverzekeringen. Hoofdpunten daaruit waren de drie peilmomenten: 1 februari 2012: 'aanmelding voor vergunning', 1 juli 2012: 'aantonen inschrijving opleiding door overlegging van betaalbewijs', 1 januari 2014: 'aantonen vakbekwaamheid'.
De AFM gaf daarbij aan dat indien één van deze termijnen gemist wordt, de adviseur geacht wordt zijn portefeuille binnen enkele maanden over te dragen. Voor de eerste termijn betekent dit voor 1 mei 2012 overdragen. Doet de adviseur dit niet, dan wordt de verzekeraar geacht de portefeuille in te nemen met de bijbehorende lusten en lasten.
In de afgelopen maanden hebben we enkele initiatieven zien ontstaan van kantoren die aangeven deze contracten te willen overnemen. Een grote verzekeraar startte zelfs met een internet marktplaats. Intussen laat onderzoek van IG&H zien dat er nog maar weinig beweging is. Dit is een tweede dossier, waarin de overgangsgevolgen volstrekt onderbelicht blijven: we hebben het over een periode tot 1 mei 2012 waarbij de markt verwacht dat honderden adviseurs zullen stoppen.
Eventuele gemaakte afspraken met het stoppende intermediair komen te vervallen: hij 'mag' immers wettelijk niets meer doen op het gebied van pensioenen en dat lijkt me een voldoende zwaarwegende reden, zeker als je bekijkt op welke korte termijn de wetgeving - en dan met name de uitleg daarvan voor de praktijk - tot stand is gekomen.
En zo kan het dan gebeuren dat een klant gebeld wordt met de mededeling: "Goedemiddag, u spreekt met Michael Mackaaij van MultiSafe. Wij kennen elkaar nog niet, maar ik ben de nieuwe intermediair voor uw pensioenverzekeringen. Graag kom ik bij u langs om kennis te maken en om afspraken te maken over onze dienstverlening."
Eén van die te maken afspraken is het opnieuw beoordelen van de complete regeling door de overnemende tussenpersoon: hij moet immers waken voor de belangen van de tot zijn portefeuille behorende klanten en verzekeringen. Dit is als het ware een door de wetgever opgelegde tussentijdse 'second opinion', maar wel een waar de klant niet zelf om gevraagd heeft. Vooralsnog is onduidelijk wie de kosten van zo'n second opinion moet dragen.
De verkopende tussenpersoon? Naar mijn idee zijn deze onvoorziene kosten hem niet aan te rekenen. Zijn advies geeft immers geen aanleiding voor een nieuw onderzoek.
De kopende tussenpersoon? Dat zou betekenen dat het overnemen van dergelijke portefeuilles (met veelal in omvang kleine contacten) een enorme 'badwill' vertegenwoordigt, terwijl de kosten toch in de toekomst moeten worden terugverdiend.
De klant? Die ziet je aankomen in deze zware economische tijden. Een mooi begin van een nieuwe relatie!
De verzekeraar dan? Ik sluit niet uit dat een groot deel van de uiteindelijk ingenomen portefeuilles 'onverkoopbaar' zal blijken zonder een bijbetaling van de verzekeraar.
Al met al is er een ingrijpende wijziging van buitenaf (wetgever) die door de zeer beperkte overgangstijd ingrijpt in lopende contracten met als gevolg een enorme kostenpost. Uiteindelijk betaalt de klant linksom of rechtsom de kosten van de versnelde invoering van deze wetswijziging, die nota bene tot doel heeft het consumentenbelang beter te beschermen.
Michael Mackaaij - Premie-gerelateerde beloning en kostentoerekening is maatschappelijk niet langer gewenst en acceptabel. Hierdoor wordt de financiele markt gedwongen om te innoveren naar nieuwe investerings en verdienmodellen, waarbij de klantbehoefte centraal dient te staan. De transitie naar dergelijke nieuwe modellen is een bron van energie en inspiratie en biedt ongekende mogelijkheden voor diegenen die bereid zijn de oude paden te verlaten




