Paul Heuperman

Heathfield bestuursadviseurs

     

Het economisch succes en de keerzijde van een verenigd Europa

De afgelopen dagen stond de eurocrisis opnieuw in het centrum van de belangstelling. Leek de oplossing in het Griekse debacle nabij, wordt deze met een pennenstreek van tafel geveegd. Als een daad van ‘patriottisme’ wordt de ‘democratie’ in Griekenland eer aangedaan – met een referendum over het met moeite tot stand gekomen en door Europa ‘gedragen’ noodhulpplan.

Een keuze gemaakt door één persoon, met een extreem effect voor de gehele Wereld. De beurzen maken meteen een glijvlucht naar beneden. Een heftiger antwoord op deze onbegrijpelijke actie is haast niet mogelijk. Of het een daad van patriottisme is valt te betwijfelen. Even zo goed kan gesteld worden dat de regeringsleider ogenschijnlijk geen trek had in het verder aanwakkeren van een volksopstand in het land waarvoor hij de verantwoording draagt. Met het houden van een referendum schuift hij gemakkelijk de uiterst moeilijke keuze voor ingrijpende maatregelen af naar het volk. Aan hun de keuze voor het steunpakket.
Maar ook de in de pers geopperde mogelijkheid dat deze regeringsleider wel vaker scherp aan de wind zeilt en als gevolg hiervan onbegrijpelijke stappen zet, is niet uit te sluiten. De onzinnigheid van uitstel van het treffen van maatregelen in Europa is immers inmiddels voor iedereen duidelijk. Maanden wachten op de uitslag van het referendum in Griekenland staat daardoor haast gelijk aan financiële zelfmoord.
Deze gebeurtenissen zijn echter – hoe interessant dan ook – verder geen onderwerp van deze bijdrage. Wel wil ik dieper ingaan op de economische ontwikkeling van Europa in de afgelopen drie decennia. Om vervolgens de overstap te maken naar de huidige werkelijkheid van onze branche.

Economisch wonder
Europa heeft de afgelopen zestig jaar, vanaf de periode na de Tweede Wereldoorlog een enorme groei gerealiseerd. De eerste drie decennia op basis van de wederopbouw en het Marshallplan. Vanaf de jaren zeventig – na de oliecrisis – in grote mate door de wijze waarop de Europese regeringen de verandering van onze economieën te lijf gingen. Staatssteun en andere economische steunmaatregelen, gecombineerd met een grotendeels door de overheid gefinancierd sociaal stelsel, waaronder onze pensioenregelingen, zorgden voor een (ogenschijnlijke) toename van de welvaart. Deze werd echter niet gefinancierd door de bijdrage van iedere burger te individualiseren, maar werd collectief gedragen. Uitgangspunt voor deze gemaakte keuzen was ondermeer de aanname van een voortgaande economische en demografische groei en een stabiele levensverwachting.
Beide zijn echter niet uitgekomen. In de laatste dertig jaar is sprake geweest van elkaar opvolgende economische crisissen. Voorts is de levensverwachting ‘onverwacht’ en buitenproportioneel toegenomen. Met als gevolg een vergrijzende bevolking en afname van actieve arbeidskrachten om het systeem draaiende te houden. Daarnaast vond de afgelopen dertig jaar een ongekend snelle technologische ontwikkeling plaats.
De overheidsfinanciering gecombineerd met een overvloedige kredietverschaffing tegen lage rentevoeten, de afname van het individuele sparen en de toevloed van buitenlandse goederen tegen lage prijzen heeft de groei sinds de jaren negentig gestuwd. Hierdoor – maar in Nederland ook door de sterk stijgende huizenprijzen, de aandelenkoersen en de versnelde consumptiegroei – is in onze economie in de tweede helft van de jaren negentig sprake van een ‘top’ in de hoogconjunctuur. Met een groei van het bruto binnenlandse product (bbp) van 6 procent in plaats van de gebruikelijke 2 procent. Ook is in die fase sprake van de langst opgaande groei in decennia. In 2011 ligt het bbp 30 procent (!) hoger dan in 1997.

Schijn bedriegt
Alle reden om tevreden te zijn met deze groei van onze welvaart lijkt het, maar schijn bedriegt. De groei van de overheidsschuld, nog verder toegenomen als gevolg van het door de overheden ‘weerstaan’ van de bancaire crisis in 2008, is een financiële zeepbel. Deze kenmerkt zich door overmatige schulden en een zogenoemd ‘hefboomeffect’. Door overmatig lenen stijgt de waarde van activa kunstmatig. Deze zeepbel heeft echter een beperkte ‘spanningsboog’ en klapt op een gegeven moment. Met als gevolg dat onze welvaart zwaar wordt geraakt. Zeker die van de komende generaties. Omdat wij in de afgelopen decennia in de kern bezien hun financieel comfort hebben verpand. De geleende welvaart die door de overheden niet (toereikend) werd doorberekend aan de individuele burger van de Europese lidstaten, heeft nu zijn keerzijde.
Zeker als men beseft dat onze kwetsbaarheid ten opzichte van decennia terug schrikbarend is toegenomen. Onze economie is veel meer op het verleden gericht, in plaats van oog te hebben voor en flexibiliteit te vertonen richting de toekomst. De recente pensioendiscussie maar ook de getoonde weerstand van de Europese burger tegen inperking van de verworven welvaart getuigt hiervan. Voorts hebben we als consument niet alleen omvangrijkere financiële bezittingen dan voorheen, maar ook – en in een nog grotere mate – niet gedekte schulden. Gevolg is dat onder meer de ontwikkeling van huizenprijzen, pensioen- en zorgpremies, financieringscondities, rentevoeten en beurskoersen een veel diepere impact op ons economisch systeem heeft. Meer dan wij ooit tevoren gekend hebben. Een weinig aantrekkelijk vooruitzicht, dat echter ook weer uitdagingen en kansen biedt. Mits je deze wilt zien.

Innovatieve koers
En dat brengt mij op onze branche. De hiervoor beschreven effecten beginnen ook in Nederland langzaam zichtbaar te worden. Het aantal verzoeken tot schuldsanering is in 2010, na een aanzienlijke daling in de afgelopen jaren, met 30 procent toegenomen en bedraagt nu 11.375. Het aantal huishoudens dat de hypotheeklasten niet meer kan dragen, bedroeg in het derde kwartaal van dit jaar 45.000 (tegen 32.000 in 2009). Ook de zich aftekende ontwaarding van onze bezittingen en de verwachting van economen op een toenemende werkloosheid in de komende jaren, betekenen een ‘belofte’ voor de toekomst. Eentje waar wij als branche een beduidende rol in (kunnen) spelen. Mits wij eindelijk de innovatieve koers gaan kiezen.
Meer dan ooit hebben consumenten en mkb’ers behoefte aan een heldere en kritische beschouwing van hun financiële huishouding en vermogenspositie. Mede om te voorkomen dat consumenten blijvend verkeerde conclusies trekken uit de veelvuldig geponeerde geruststellende woorden van politici en de verantwoordelijke bestuurders van verzekeraars en banken. En zich daarnaar blijven gedragen.
‘Na 2001 en 2008 is het toch weer goed gekomen, waarom nu dan niet’ of ‘niet zo zwartgallig, achteraf is het gemakkelijk praten als je de zaken altijd negatief benadert’, zijn veel gehoorde uitspraken. Van de consument is dat nog te begrijpen, niet van verantwoordelijke bestuurders uit onze branche. Eigenlijk zouden deze bestuurders in het digitale tijdperk vaker geconfronteerd moeten worden met uitspraken die ze enkele jaren geleden hebben gedaan over de huidige voltrokken situatie. Waaruit blijkt dat ze destijds (en wellicht ook nu nog) ongefundeerd de plank hebben misgeslagen. En destijds de met onderbouwing waarschuwende deskundigen versleten voor ‘zwartgallig’ en pessimistisch (lees: contraproductief voor de ‘handel’, een begrip ontstaan vanaf de jaren negentig).

Verantwoordelijkheid
De consument doet er nu verstandig aan om met behulp van de financieel adviseur ‘nieuwe stijl’ zijn financiële huishouding – zijn financieringen, vermogensopbouw en risicoafdekkingen – geïntegreerd en in samenhang met elkaar in kaart te laten brengen. Daarbij uitgaande van verschillende scenario’s, waarbij de meest ‘zwartgallige’ niet mogen ontbreken. En waarbij het in kaart brengen niet automatisch is gekoppeld aan het ‘kopen’ of bezitten van producten, maar meer is gericht op het vergroten van het bewustzijn van de klant over de eigen situatie en de daarmee samenhangende (on-)mogelijkheden.
Wij zullen de consument daar op moeten wijzen, vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Om te beginnen vanuit de bestuurders van verzekeraars en banken, die hierin het voortouw moeten nemen. Als (mede-)verantwoordelijken voor hetgeen is ontstaan en – nog belangrijker – omdat zij de macht hebben de noodzakelijke verandering aan te sturen. En ruimte te bieden aan een nieuwe structuur met bijbehorende cultuur voor de financiële branche. Mits de wil daarvoor aanwezig is.
Deze bestuurders zou het sieren wanneer ze openlijk een andere koers inzetten. En als ze afstand doen van het keer op keer defensief trachten te behouden wat men heeft verworven. Met als gevolg een structurele vertraging van de al te lang uitgestelde transformatie. Het inzetten van hun macht – of liever: de deskundigheid en autoriteit – in het belang van de maatschappij is iets anders dan deze aan te wenden voor het ‘eigen’ gewin. Het kiezen van een nieuwe koers vraagt veel moed, zeker op het moment dat het aanhouden van de ‘stip op de muur’ kan leiden tot een financiële amputatie voor de eigen onderneming. Maar naar mijn stellige overtuiging zijn dit soort offers vroeg of laat (toch) onvermijdelijk. Omzet- en rendementdalingen zijn niet afwendbaar op termijn. Waarom de offers voortvloeiende uit een noodzakelijke transformatie dan nu niet nemen, in plaats van te wachten op ingrepen van de wetgever? Terwijl een adequate ingreep en koerswijziging vanuit zelfregulering op dit moment veel verschil kan maken in het herstel van het vertrouwen en de economie.
Bij een dergelijke aanpak heeft de consument de mogelijkheid om voor te sorteren op de komende decennia waarin onze welvaart onherroepelijk en tastbaar gaat afnemen. Om vervolgens op geheel nieuwe uitgangspunten en na borging van haar belangen de geleidelijke opbouw weer met elkaar te realiseren. In een op het financieel terrein strak centraal aangestuurd Europa, in welke vorm en met welke partijen dan ook. Voor bestendig succes van onze ‘Verenigde Staten’ en de welvaart en het welzijn van hun burgers.
Een uitdaging voor bestuurders van banken en verzekeraars en de innovatieve adviseur nieuwe stijl, die het behoudende en defensieve pad verlaten. Die beseffen dat de wereld en de economie structureel en blijvend aan het veranderen zijn. En die daar, ondanks alle onzekerheden en het achterlaten van de in deze periode van opbouw verkregen verworvenheden, met succes een nieuwe en betere positie innemen.

 

Column VVP nr. 45

Paul Heuperman - "Vanuit mijn achtergrond en ervaring wil ik graag een bijdrage leveren aan de transformatie van onze branche. Zodat deze weer gaat aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de functie die onze branche altijd heeft gehad: vanuit onkreukbaarheid, autoriteit en vertrouwen een functie vervullen in een gelijkmatige en zorgvuldige evolutie van economie, maatschappij en welzijn". Het New Financial Forum is een goed initiatief en platform om te steunen.

 

Delen

Reacties

Nog geen reacties...

Uw reactie toevoegen

Alleen ingelogde ambassadeurs kunnen reageren!